Van NIMBY naar YIMBY

20436697295_816e2cf98d_b.jpg

Ellenlange bezwaar- en beroepsprocedures, beroepsbezwaarmakers en bestuurders die gevoelig zijn voor bezwaren en maatschappelijke onrust; drie redenen waarom de NEPROM en enkele van hun leden zich zorgen maken over toenemende vertraging en oplopende kosten bij nieuwe bouwprojecten. En terecht. Tweede Kamerleden Koerhuis en Laan-Geselschap sluiten zich aan bij deze zorgen en stelden vragen aan minister Ollongren. De kern van deze vragen: kunnen we de bezwaarmogelijkheden inperken, zodanig dat dit soort excessen worden tegengaan? Op 25 april jongstleden ontving de Kamer de beantwoording. Een korte samenvatting: tegengaan van excessen en het voorkomen van vertraging is van belang en daar worden stappen in gezet, maar de rechtspositie van belanghebbenden mag niet worden geschaad en dat beperkt de mogelijkheden.  

Een complex probleem, dat geen eenduidige oplossing kent. Rechtsbescherming is tenslotte een groot goed en het is in de praktijk erg lastig om te bepalen wanneer bezwaren oprecht zijn of wanneer bezwaren vooral gebruikt worden voor persoonlijk gewin. We vinden met z’n allen dat het belangrijk is dat er meer woningen worden bijgebouwd en dat er voldoende ruimte is voor werkgelegenheid en kantoorruimte. Toch lijkt dat standpunt in de praktijk snel te veranderen als het betreffende appartementencomplex, kantoorgebouw of logistiek centrum in je achtertuin moet komen. Er is zelfs een naam voor dit verschijnsel: het NIMBY-principe (Not In My Back Yard) of in het Nederlands: het NIVEA-principe (Niet In Mijn Voor- En Achtertuin).

Aan de ene kant staan de gebruikers van gebieden die belang hechten aan de leefbaarheid en daar tegenover staan overheden en projectontwikkelaars die op snelgroeiende marktvragen en maatschappelijke vraagstukken inspelen. Het gat daartussen lijkt te vergroten -en dat is een maatschappij-brede trend die ook in andere sectoren zichtbaar wordt– terwijl de brug steeds lastiger te bouwen lijkt. De (politieke) keuze om vooral in te zetten op binnenstedelijke verdichting om daarmee het groen in het buitengebied te ontzien, maakt dit complexe probleem alleen nog maar complexer. Wij zien dat ook terug in onze projecten, waar het in 90% van de gevallen gaat over gebrek aan publiek en/of politiek draagvlak, ontbreken van wederzijds vertrouwen en te weinig oog voor maatschappelijke nut en noodzaak. Meestal zelfs een combinatie hiervan.

Toch is draagvlak, wederzijds vertrouwen en voldoende aandacht voor maatschappelijke nut en noodzaak wel het sleutelwoord. Zeker in het licht van de nieuwe Omgevingswet, waar het betrekken van belanghebbenden in de plan- en besluitvorming een nog veel grotere rol gaat spelen. De participatieplicht raakt iedereen, zo bleek deze week ook al uit dit bericht van Co Verdaas en Tom Daamen.  Het is daarbij een misverstand dat de bal enkel bij de initiatiefnemers (in de meeste gevallen projectontwikkelaars) ligt, want de bal ligt evengoed in de handen van politiek en bestuur én de gebruikers van gebieden. Binnen deze ‘driehoek’ moet het gebeuren en daarbij moet constant worden gezocht naar gezamenlijke belangen of moet duidelijkheid worden geboden over waar de belangen van elkaar afwijken. Dit begint bij goed zicht op wie welke belangen heeft, welke bezwaren er leven, welke voor- en tegenargumenten er zijn en welke rollen binnen de driehoek ingevuld dienen te worden. Vervolgens moet je, binnen de driehoek, de échte gesprekken met elkaar durven voeren en vooral, knopen durven doorhakken. Duidelijkheid is ook wat waard.

In ieder geval moet iedereen binnen deze driehoek beseffen dat de rollen inwisselbaar zijn. Tenslotte geldt voor de projectontwikkelaar dat hij of zij ook bewoner is, net zoals dat voor de bestuurders geldt. De gebruikers moeten beseffen dat op de plek waar ze nu wonen, werken of recreëren niet altijd een huis, een kantoor of een park is geweest en dat de bestuurder die een maatschappelijk vraagstuk poogt op te lossen, democratisch gekozen is en dus recht van spreken heeft. Bovenal moet iedereen beseffen dat we elkaar maar alvast moeten dwingen om beter te worden in dit soort samenwerkingen en bruggen bouwen, want als in 2021 de nieuwe Omgevingswet in werking treedt, dan kan het twee kanten op: nog veel meer vertraging óf kwalitatief betere initiatieven die soepeler van de grond komen. Uiteindelijk is iedereen gebaat bij dat laatste. Op naar de YIMBY: de Yeah In My Back Yard! In alle overige gevallen, helpen wij eenieder binnen de driehoek graag verder op weg met het voeren van de echte gesprekken, het vinden van de juiste toon en het bouwen van de juiste bruggen.