Gezonde verstedelijking in opmars

31460804413_8837139056_b.jpg

Cartesiusdriehoek wordt Blue Zone met duizenden woningen” kopte DUIC twee maanden geleden. We hebben het hier over een gebied in Utrecht, direct gelegen tegen station Zuilen en vlakbij het centrum, dat de gezondste wijk van Nederland moet worden. En deze wijk is niet de enige die dit stempel wil dragen, ook in Groningen wordt deze wens voor de wijk ‘Selwerd’ al uitgesproken. Langzaamaan zien wij dan ook dat overheden, projectontwikkelaars en bouwers steeds meer gehoor geven aan de oproep van april 2018 van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) om gezondheid meer een plek te geven in (gebieds)ontwikkelingen en hier gezamenlijk in te investeren. Duurzaam verstedelijken alleen is niet meer genoeg. Gebiedsontwikkelingen moeten nu ook ten gunste komen van ontmoeting en bovenal gezondheid.

Wat verstaan we onder gezonde verstedelijking?
Gezonde verstedelijking zien wij als het creëren van een leefomgeving zodanig dat deze uitnodigt tot het vertonen van gezond gedrag. Oftewel: het ontwerpen en dusdanig inzetten van functies met als doel om positieve effecten op de gezondheid optimaal te benutten. Daarbij draait het niet alleen om de positieve objectieve effecten (dalingen van sterftecijfers of in het aantal doktersbezoeken), maar ook juist om de bijkomende subjectieve effecten: het ‘geluksgevoel’ dat burgers in hun leefomgeving ervaren. De zogenaamde ‘Blue Zones’ zijn hiervan het ultieme voorbeeld. Het zijn een vijftal plekken ter wereld waarvan is aangetoond dat mensen aantoonbaar langer leven. Er is vooral door ontdekkingsreiziger Dan Buettner, in zijn boek “The Blue Zones: Lessons for Living Longer From the People Who’ve Lived the Longest” uit 2008, gezocht naar de gemeenschappelijke kenmerken van deze plaatsen. Dit zodat ook elders een filosofie met deze kenmerken kan worden ingericht. Deze vijf plekken dienen dan ook als basis voor nieuwe pilots van innovatieve gebiedsontwikkelingen, waar gezondheid met stip op nummer 1 staat.

Een andere manier van kijken
Het creëren van een ‘gezonde leefomgeving’ vraagt om slimme oplossingen en een andere manier van kijken. Natuurlijk blijven thema’s als bereikbaarheid, klimaat, programma (een goede, gevarieerde functiemix) en energie vanzelfsprekend relevant, maar de gezonde verstedelijking gaat nog een stapje verder. In plaats van functioneel kijken, gaat het veel meer om de sociale component. Enkele voorbeelden zijn het zorgen voor voldoende ontmoetingsruimten (waardoor community’s in wijken kunnen ontstaan en renderen) en het creëren van een gezonde mindset en voedselomgeving (met voldoende plantaardige producten). Maar ook door ruimte te geven aan flora en fauna - zoals het aanleggen van stadstuintjes en parken - in de stad, wordt de objectieve gezondheid én de gezondheidsperceptie bij inwoners in een gebied verhoogt. Dit vraagt van overheden om een plan niet alleen te beoordelen op haar esthetiek en kosten, maar vooral ook op de gezondheids- en sociale effecten. Wat ons betreft is het de hoogste tijd dat projectontwikkelaars bijvoorbeeld met voorstellen gaan komen om sportvoorzieningen integraal onderdeel uit te laten gaan maken van de openbare ruimte. Door groene- en recreatieve fietsroutes in de omgeving te verbinden, wandel- en hardlooprondjes uit te zetten en/of collectieve sportvoorzieningen in naast gelegen parken te realiseren.

Gezonde verstedelijking versus verdichting
Maar hoe verhoudt deze trend van gezonde stedelijke ontwikkeling zich tot de wens om verder te verdichten? Randstedelijke gebieden focussen zich daarbij met name op het toevoegen van woon- en werkprogramma’s rondom de belangrijkste OV-knooppunten. Het openbaar vervoer is in hartje centrum immers vlotter, milieuvriendelijker en ontlast bovendien het toenemende capaciteitsprobleem op de (snel)weg. Recente ontwikkelingen in verdichting zijn gericht op ‘Bouwen boven het spoor’.

In onze optiek is gezondheid in deze opgave een onderbelicht thema. Mensen staan ’s ochtends op, stappen de lift in, komen direct uit op het station, kopen een snelle hap bij een van de vele voorzieningen, stappen de trein in, stappen bij wijze van spreken op de Zuidas uit, om vervolgens 100 meter verderop alweer in de lift te stappen om plaats te nemen achter hun bureau. Daar zitten ze het grootste deel van de dag om vervolgens aan het eind van de dag, zonder nauwelijks inspanning weer thuis te komen.

Nu zijn wij niet radicaal tegen ideeën over verdere verdichting zoals ‘bouwen boven het spoor’, want ook wij zien er de voordelen van. Het zijn zeer centraal gelegen gebieden - met een zee aan ruimte - die vele malen effectiever benut kunnen worden. De uitdaging zit hem er wat ons betreft in hoe overheden, projectontwikkelaars en bouwers ervoor zorgen dat stedelingen zelf niet ‘verdichten’, maar ook in de steeds dichter bevolkte wijken en gebieden gezond en vitaal blijven.