Dit is uw moment om de lokale politiek te beïnvloeden

Stemlokaal_provinciale_verkiezingen_2015_(16668953348).jpg

Elk bedrijf heeft met politiek te maken, direct of indirect. Of het nu lokaal, regionaal of landelijk is, de politiek beslist over de voor u relevante wetten en vergunningen. Hier kunt u als ondernemer flink last van hebben. Het is daarom belangrijk om te zorgen dat de politiek de juiste prioriteiten en informatie heeft, kortom, dat uw public affairs op orde is. Hierbij wordt misschien wel de belangrijkste stap vaak vergeten: invloed op het verkiezingsprogramma.

In maart/april 2019 zijn de verkiezingen voor de Waterschappen, de Provinciale Staten en het Europees Parlement. Voorafgaand aan deze verkiezingen stellen de politieke partijen hun kandidatenlijst op en schrijven ze een verkiezingsprogramma. Het verkiezingsprogramma is een overzicht van de doelstellingen die de partijen tot de volgende verkiezingen willen behalen. Dit is voor de aanstaande politici een belangrijk document. De keuzes die in het verkiezingsprogramma gemaakt worden zijn medebepalend voor het aantal stemmen dat een partij gaat krijgen. Daarnaast is het zo dat partijen worden afgerekend als zij hun verkiezingsprogramma’s niet waarmaken. In het verkiezingsprogramma wordt dus de politieke koers uitgezet voor de komende vier jaar (vijf jaar voor EP).

Alle politieke beslissingen tot aan de volgende verkiezingen worden dus genomen met een schuin oog op het verkiezingsprogramma. Staat daarin dat er meer woningen gebouwd moeten worden? Dan zal een nieuwbouwproject eerder goedgekeurd worden. Is in het verkiezingsprogramma opgenomen dat detailhandel alleen nog in de binnensteden hoort, dan zal er geen nieuw outletcentrum mogen komen. Het verkiezingsprogramma is dus een zeer krachtig middel om invloed uit te oefenen op de besluiten die de politiek gaat nemen.

Op dit moment zijn binnen de politieke partijen de programmacommissies druk bezig met het schrijven van de verkiezingscampagnes. Hoe en door wie verschilt per partij, maar over het algemeen wordt het concept door de leden van de partij goedgekeurd. Als u de komende vier jaar dus iets wilt bereiken, is dit hét moment om te zorgen dat uw punt in het verkiezingsprogramma komt.

Vroeger was het gebruikelijk daarvoor een (standaard) brief van meerdere kantjes te sturen, op mooi briefpapier vol met argumenten en suggesties. Tegenwoordig worden de schrijvers van de verkiezingsprogramma's bedolven onder deze brieven en worden ze nauwelijks nog gelezen. Het is tegenwoordig dan ook veel belangrijker geworden om gebruik te maken van een uw of iemands netwerk. Het is immers veel effectiever als iemand die het oor van de programmacommissie heeft hen iets influistert. Als dat niet mogelijk is, kunt u ook zorgen dat uw onderwerp een maatschappelijk thema wordt, dan zal de programmacommissie daar eerder geneigd zijn iets over op te nemen.

Naast zorgen dat uw boodschap gehoord wordt, is het ook belangrijk dat uw suggestie overgenomen wordt. Belangrijk daarbij is dat u aansluit bij het gedachtegoed van de partij.  De ene partij vindt werkgelegenheid nu eenmaal belangrijker, de andere ruimte voor ondernemers. U framed uw boodschap dus voor elke partij.

Mocht het niet meer lukken om uw inbreng in de verkiezingsprogramma's te krijgen, wees dan niet getreurd. Het volgende moment om uw invloed aan te wenden is wanneer de coalities gevormd worden, net na de verkiezingen. En uiteraard blijft ook tijdens de regeerperiode de mogelijkheid bestaan om de politiek te helpen de juiste beslissing te nemen!

Heeft u vragen over dit onderwerp? Neemt u dan vooral contact met ons op!

Earth Overshoot Day

Earth Overshoot Day. Erik Lievers.jpg

Earth Overshoot Day, de dag waarop we evenveel grondstoffen hebben verbruikt als de aarde in 365 dagen kan produceren, vindt steeds vroeger in het jaar plaats. Dit jaar was dat al op 1 augustus. Ook voor Nederland is er een Overshoot Day berekend. In Nederland, zo blijkt, viel die dag nog vroeger, namelijk al 14 april.

Dat de datum steeds meer opschuift wordt voor een groot deel veroorzaakt door de uitstoot van broeikasgassen. Om die uitstoot te verminderen moeten we onder andere minder vliegen, minder vlees eten en minder auto rijden. Maar ook een versnelde overschakeling naar nieuwe, duurzame energiebronnen kan daar fors aan bijdragen.

Het aandeel hernieuwbare energie in het totale Nederlandse energieverbruik is vorig jaar gestegen naar 6,6 procent. In 2016 was dat nog 6 procent. Daarmee zijn we nog mijlenver verwijderd van de onze nationale doelstelling om het aandeel hernieuwbare energie uit niet fossiele bronnen te laten groeien naar 14 procent in 2020 en uiteindelijk 16 procent in 2023.

De energietransitie zal het landschap de komende twintig jaren ingrijpender veranderen dan ooit. Dat die impact groot kan zijn kunnen we zien in Drenthe, bij de veenkoloniën of in Limburg bij de mijnen. In toenemende mate zal de opwekking van energie nu echter bovengronds en dichter bij huis plaatsvinden. Daarbij is het van belang dat de energietransitie en de landschappelijke kwaliteit elkaar zoveel mogelijk versterken. Dat is een mooi streven, maar in de praktijk soms lastig te realiseren. Daarvoor is de energieopgave wellicht ook te groot.

De discussie over de landschappelijke kwaliteit bij de energietransitie speelt het heftigst bij de plaatsing van windmolens. Bij realisatie van windmolen(parken) moet het uitgangspunt zijn dat deze de lokale gemeenschappen niet langer van bovenaf worden opgedrongen. In de discussies hierover, overigens vaak gedomineerd door de tegenstanders, gaat het nu vooral over de toegepaste techniek en aantallen megawatt. Maar, techniek moet niet leidend maar dienstbaar zijn. Een benadering van onderop, waarbij burgers en lokale bedrijven vroegtijdig worden betrokken en door middel van co-creatie kunnen meedenken en meewerken aan de energietransitieopgave in hun omgeving werkt daarbij vele malen beter. Windmolens kunnen daar overigens een onderdeel van zijn, maar er zijn in sommige gevallen ook voldoende andere alternatieven beschikbaar. Belangrijk is het om alle alternatieven en de ruimtelijke consequenties daarvan goed in beeld te hebben.  

Daarbij is het wel van belang dat lokale en regionale overheden hun verantwoordelijkheid nemen en duidelijke ambities formuleren. Ambities die concreet zijn en waarbij de energiedoelstellingen van de (verre) toekomst vertaald worden in concrete doelen voor de komende jaren. Dus overheid; bepaal het wat en ga met inwoners door middel van co-creatie het hoe en het waar uitwerken.

Als bureau hebben wij inmiddels veel ervaring opgedaan in dit soort trajecten, waarbij we zowel (semi-)overheden als initiatiefnemers steunen in het realiseren van hun ambities.

Daarbij staat voor ons, naast het uitlijnen van een duidelijk en transparant proces en het inzichtelijk maken van de keuzes, het creëren van politiek en maatschappelijk draagvlak voor de ruimtelijke consequenties van de energieambities centraal. Daar kunnen en willen wij u graag bij helpen.     

 

 

.        

 

De eerste stap naar een omgevingsvisie voor Vijfheerenlanden

XOSS0271kopie.jpg

Maandag 13 augustus, we zitten nog midden in de vakantieperiode en het weer is omgeslagen.
Tussen de regenbuien door druppelen de beleidsadviseurs van de nieuwe gemeente
Vijfheerenlanden langzaam binnen. De natte en droge broeken verraden wie met de auto is gekomen en wie is komen lopen vanaf het station.

De uitdaging van de nieuwe gemeente Vijfheerenlanden

In november vinden er verkiezingen plaats in de gemeente Zederik, Leerdam en Vianen en mogen de inwoners hun nieuwe volksvertegenwoordigers kiezen. Op ambtelijk niveau wordt er al enige tijd druk samengewerkt en vinden er voorbereidingen plaats voor als de nieuwe gemeenten officieel van start gaat. Eén van de grote uitdagingen waar de gemeente voor staat is de invoering van de omgevingswet, te beginnen met het maken van de omgevingsvisie.
De omgevingsvisie is een strategische, integrale langetermijnvisie op hoofdlijnen die de
ontwikkelingen en ambities voor de fysieke leefomgeving van de gemeente vastlegt. Met andere
woorden: waar wil de nieuwe gemeente de komende 20 jaar naartoe, waar liggen de uitdagingen,
wat maakt dat het hier over 20 jaar fijn wonen, werken en leven en wat voor gemeente zijn en
willen we zijn? Het maken van zo’n nieuwe omgevingsvisie is voor iedere gemeente een hele opgave en dus helemaal voor drie gemeenten die op het punt staan te fuseren.
‘Waar beginnen we?’ vroeg de gemeente Vijfheerenlanden zich af. En hoe werken we vanuit 15
verschillende kernen toe naar één gezamenlijk toekomstbeeld en één gezamenlijke identiteit. Een
uitdaging waar wij natuurlijk graag bij helpen.

Na een leuke kennismakingsronde -waarin iedereen zijn of haar beleidsachtergrond torpedeerde als uitgangspunt voor de nieuwe omgevingsvisie- startten we met een quiz waarin de keuzestress werd aangewakkerd: spelen we in op de vergrijzingsgolf of bouwen we voorzieningen voor jonge gezinnen, werken we toe naar gecentraliseerde voorzieningen of voorzieningen per kern? Spelen we in op de (woon)behoeften vanuit Utrecht en op welke onderwerpen varen we onze eigen koers?

Een rode lijn in een bos van Post-its

Toen begon het grote Post-it-plakken-spel, waarin iedereen zich moest uitlaten over de stenen,
genen, kernwaarden en USP’s van Vijfheerenlanden. Er werd gekeken naar de overeenkomsten en
verschillen tussen de drie gemeenten en we gingen op zoek naar het Archetype -een identiteit die aan de basis ligt van ons gedrag– van de nieuwe gemeente. Is Vijfheerenlanden een ontdekker die denkt in mogelijkheden, een verzorger die aandacht geeft of toch de rebel die schopt tegen de status quo?

De mooi ingerichte cursusruimte veranderde langzaam in een geel Post-it-bos waar zich –na enkele verhitte maar faire discussies– langzaam maar zeker een rode lijn begon af te tekenen. Post-its werden gegroepeerd, enkele werden herschreven en sommige in een verdomhoekje gehangen om snel te vergeten. Hierna volgde een schrijfexercitie waarin het verhaal van de gemeente Vijfheerenlanden –de short story– als onderlegger voor de nieuwe omgevingsvisie werd opgetekend. Na een intensieve, inspirerende maar vooral gezellige middag zagen we elf blije gezichten het pand verlaten. Een eerste stap op weg naar een nieuwe omgevingsvisie voor Vijfheerenlanden!

Hup Jorrit!

Mijn Olympisch avontuur van 2014

De Olympische Winterspelen zijn begonnen en dit jaar zal ik de schaatsonderdelen anders volgen dan vier jaar geleden. Toen had ik een van mijn meest bijzondere klussen; ik was perschef van het BAM Schaatsteam, grotendeels het huidige team Clafis. In dat team de schaatsers Bob de Jong en Jorrit Bergsma die een gooi deden naar de prijzen op de 5 en 10 kilometer. Bob de Jong is nu wel op de Spelen, maar dan als coach voor de Koreanen. Jorrit is er natuurlijk ook en dit jaar uit datzelfde team ook de Nederlanders Bob de Vries, Irene Schouten en de Amerikanen Heather Bergsma (vrouw van) en Olivier Jean. Dit alles onder leiding van de nooit saaie coach Jillert Anema.

De start van de Winterspelen brachten de herinneringen terug naar onze periode bij het BAM Schaatsteam, toen echt een marathonteam met enkele uitstapjes naar de langebaan. Wekelijks werden de marathons verreden en de BAM-trein was onverslaanbaar. Regelmatig was het BAM BAM BAM als ze de plekken 1, 2 en 3 op het podium pakten. Met Bob de Jong en Jorrit Bergsma had de ploeg troeven in handen voor de 5 en de 10 kilometer.

Een van die herinneringen was bij mijn kennismaking met Jillert tijdens een teambijeenkomst in een klein museum ergens in Friesland. Toen hij hoorde dat ik de communicatie voor de ploeg ging doen, bleef hij 5 minuten onophoudelijk lachen. Ik wist dit. Ik was hierop voorbereid en liet het over me heen komen. Het kwam echt goed tussen ons en we hebben nog steeds regelmatig contact met elkaar. Voor mij was toen wel duidelijk dat ik – zonder echt veel verstand van schaatsen – een bijzondere uitdaging aangenomen had. Een club bloedfanatieke voornamelijk Friezen op de schaats helpen in hun contacten met de media. Ik ben er echt van gaan houden intussen.

En ook van de mensen in de ploeg. Mensen die zo gaan voor hun sport en toen vanuit een underdog positie op de langebaan de gevestigde orde uitdagen, dat verdient respect.

Nu is het zo dat ik verbonden was aan de schaatsploeg en tijdens de Olympische Spelen val je als sporters onder het NOC*NSF. Dat betekent dat je vooraf op zoek moet naar mogelijkheden om de schaatsers te profileren. Met PR-kanonnen als Sven Kramer en Ireen Wust, is dat niet eenvoudig. Een van de leuke zaken was een dagelijks telefoongesprek op de radio tussen Tijs van den Brink en Jillert Anema tijdens de Spelen. Of het moment dat de coach op de Amerikaanse TV uitgebreid de tijd nam om uit te leggen waarom de Amerikanen zo slecht presteerden. En dan natuurlijk de rel rond de ploegenachtervolging waar Jorrit reserve stond en zijn plek opgaf. Dan ben je geen onderdeel van de Olympische ploeg in Sotchi, maar kun je op afstand wel veel doen in de (morele) support.

Het absolute hoogtepunt voor mij was de winst van Jorrit Bergsma op de 10 kilometer. Een ongekende prestatie om daar Sven Kramer, die daar zo graag wilde winnen, te verslaan. Na de winst stond de telefoon niet stil en alle programma’s wilde Jorrit na afloop van de Spelen hebben. Dat mogen organiseren en begeleiden is natuurlijk gewoon heel leuk omdat Jorrit echt iets neergezet heeft toen.

Dus ja, ik zal ook dit jaar tijdens de 10 kilometer absoluut hopen op winst voor Jorrit, dat zal niemand me kwalijk nemen. Ik zal met net zoveel spanning voor de TV zitten, al zal de telefoon daarna wel stil blijven. Thuis leidt dat wellicht tot wat strijd, Stella is namelijk absoluut voor Sven.

Luc Dietz | Directeur

Als je echt iets wil bereiken, moet je bij de raad zijn. En niet in China.

Een brief aan ADO-directeur Matthijs Manders,

naar aanleiding van https://www.telegraaf.nl/sport/1584100/ado-fluit-politicus-beugelsdijk-terug


Geachte heer Manders,

Ik snap het niet. Als de gemeenteraad van Den Haag zich echt alleen met fietsenrekken in Scheveningen zou bezighouden, wat is dan uw probleem?

Uw oproep aan Beugelsdijk - tijdens het afgelopen Voetbalgala nog bejubeld als Maatschappelijk Voetballer van het Jaar -  om zich terug te trekken als lijstduwer voor Groep De Mos (omdat hij zich daar toch alleen maar met fietsenrekken in Scheveningen en bomenkap zou bezighouden) is op zijn zachtst gezegd hypocriet. En nog los van de vraag of de partij van ex-PVV’er De Mos nu de meest handige keus is als je invloed wilt uitoefenen (alhoewel – hij was een van de weinigen die de steun aan uw voetbalclub overeind wilde houden) getuigt uw kwalificatie van het gemeenteraadswerk van een schokkend gebrek aan inzicht in hoe Nederland werkt.

De voetbalwereld verlangt van haar boegbeelden dat ze zich maatschappelijk engageren. Niet voor niets worden sporters gevraagd zich publiekelijk uit te spreken over maatschappelijke thema’s. Om de haverklap worden er zwarte armbanden uitgedeeld, minuten stil gehouden, en empathische me too-verklaringen georkestreerd.

Kennelijk is maatschappelijk engagement alleen toegestaan voor door het bestuur van ADO goedgekeurde doelen. Daarmee bedrijft ADO Den Haag zelf politiek. En niet eens zo succesvol, getuige de recente soap rond de steun aan het ADO stadion en ADO zelf.

De laatste jaren is de macht in ons land steeds meer naar gemeenten geschoven. Ruimtelijke ontwikkeling, werk en inkomen, sport, cultuur: lokale politiek gaat ergens over. In mijn dagelijks werk zie ik hoe complex de vraagstukken zijn waarover raadsleden zich buigen. En hoe groot de belangen zijn, die op lokaal niveau worden gewogen. Gemeenten maken het verschil. En zie je ook hoe gemeenten het verschil kunnen maken. Als Haagse club kan de impact van internationale conferenties en ambitieuze projecten die Den Haag op de kaart zetten (zoals het Binckhorst kwartier) toch moeilijk aan u voorbij zijn gegaan?

Ik wil niet speculeren over waarom u zo verbolgen bent over de Haagse raad. Maar als je echt wat wilt bereiken, moet je (net als bij voetbal) weten hoe het spel gespeeld wordt. Ik zou graag eens met u bomen over hoe de relatie tussen ADO en Den Haag beter kan.

Niks ten nadele van de fietsenrekken in Scheveningen, maar als je echt iets wilt voor elkaar wilt krijgen, moet je bij de gemeenteraad zijn. En niet in China.

Hartelijke groet,

Annemieke Stallaert

Tekort woningen; van marktvraag naar maatschappelijk verantwoord bouwen

Afgelopen week stond het weer in de krant: er zijn te weinig woningen voor starters en doorstromers beschikbaar. Zeker in de grote steden zie je dit probleem. De economie is booming en de huizenprijzen zijn dat ook. Startsalarissen groeien veel minder snel, banken zijn minder scheutig met het verstrekken van hypotheken dan voor de crisis en – ook weer vooral in de steden – worden appartementen gekocht door vermogende mensen die ze vervolgens voor zoveel mogelijk geld verhuren, of zoals in de grote steden, inzetten voor AirBnB.

De afgelopen 15 jaar heb ik op verschillende momenten geschreven over marktwerking in de woningbouw. Rond 2002 hadden we een kleine dip en toen was het credo: doe aan woningmarketing. Aan een tube tandpasta werd (en wordt) nog altijd veel meer geld besteed dan aan de marketing van een nieuwbouwwoning.

Rond 2009 schreven we dat de aandacht nog meer gericht moest worden op de burger. Hoe dichter je tegen de burger aankroop, hoe beter je deze aanvoelde en hoe eerder je een woning verkocht. Het particulier opdrachtgeverschap (PO) en Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) kwamen op, maar werden nooit echt een succes. Het was te ingewikkeld, processen duurden te lang en het was een manier om toch nog woningen aan de man te brengen. Het was daarmee ook een antwoord op projectontwikkelaars die even niks meer konden doen.

Voorraad woningen te klein door crisis

We vroegen ons toen al af wat er zou gebeuren als de crisis voorbij zou zijn. Zouden ontwikkelaars en gemeenten al die persoonlijke aandacht vasthouden of toch weer terugvallen in hun oude doen. Dat laatste blijkt helaas – uitzonderingen daargelaten – vaak het geval. Alleen dit veroorzaakt niet het tekort aan woningen. De vele saneringen bij grote projectontwikkelaars dragen er wel aan bij. Het ontwikkelen van een woningproject kost eerder 10 dan 5 jaar en dat betekent dat we nu zitten met een te kleine voorraad vanuit de crisis.

En het opbouwen van een nieuwe voorraad woningbouwprojecten kost tijd. In ons land zijn er simpelweg geen makkelijke locaties meer over. Met elke locatie is wat aan de hand. Of het is in bezit van ontwikkelaars, maar de gemeente wil er even niks mee. Of het heeft nu een andere bestemming en het wijzigen ervan kost tijd. Het transformeren van kantoren heeft best wat woningen opgeleverd, maar inmiddels hebben we die ook weer nodig waar ze voor bedoeld waren: als kantoor.

Verbeter je maatschappelijke positie

We zijn als bureau betrokken bij veel projecten waar de marktvraag voor een locatie al ingevuld is, maar politiek of omgeving nog onvoldoende meegenomen zijn. Dat betekent dat ontwikkelaars minder energie hoeven te stoppen in marketing, maar veel meer in lokale lobby. En om dat succesvol te kunnen doen, moet je maatschappelijk een sterke positie hebben en dat is in het politieke landschap voor vastgoedpartijen niet een vanzelfsprekendheid. Zo’n goede positie helpt je overigens ook bij tenders, je weet immers nog beter wat er lokaal speelt.

Wat daarbij niet helpt is de komst van de omgevingswet waarbij initiatiefnemers van ruimtelijke ingrepen zelf de kooltjes uit het vuur in de buurt mogen halen. Zij moeten voordat de gemeente er ook maar naar kijkt, laten zien wat stakeholders ervan vinden. Ook dan moet je je maatschappelijk van je beste kant laten zien.

En dan weer terug naar het tekort aan starterswoningen. Ook dat is een maatschappelijke opgave. We mogen deze mensen niet in de kou laten staan. Is dat dan alleen een nobel streven? Neen. Doorstroming is essentieel op de woningmarkt. Doe je nu niets aan het tekort aan woningen voor starters en doorstromers, dan houd je daar decennia lang last van. Wanneer mensen niet starten op de woningmarkt of een volgende stap in een te hoog segment zit, dan zullen ze ook niet doorstromen.

Wil je dit probleem aanpakken, dan zal je als overheid vooral moeten blijven inzetten op het bouwen van betaalbare woningen. Rijk, gemeenten en marktpartijen moeten de handen ineen slaan, processen vereenvoudigen en locaties aanwijzen. We hebben behoefte aan ca een miljoen (duurzame!) woningen de komende jaren, dus werk aan de winkel!

Luc Dietz | Directeur

Camiel verorberd met mes en vork

Camiel Eurlings. Blog Luc Dietz. Communicatie. Positionering

Hebben jullie ook de val van Camiel Eurlings gevolgd? Afgelopen week was er geen ontkomen aan. Twitteraars verorberden de oud-minister netjes met mes en vork en zorgden er zo voor dat hem niets anders restte dan zijn lidmaatschap van het IOC op te zeggen. Als je kijkt naar publieke figuren in deze tijd vergeleken met 10 jaar geleden, dan moet je niet alleen goed zijn in waar je je bekendheid aan ontleent. Tegenwoordig moet je vooral ook in de gaten houden of het publiek vindt dat jij je netjes gedraagt en of je altijd en overal het goede voorbeeld geeft. Nog even en we hebben over vier jaar niet alleen een Olympisch Kwalificatie Toernooi, nee, schaatsers moeten ook voldoen aan het BKT, het Beeldvormings Kwalificatie Toernooi.

Nu hoor ik je denken, maar Camiel heeft het toch niet handig aangepakt? Dat zou je kunnen zeggen, maar waarom zeg je dat eigenlijk? Waarom hebben wij de enorme behoefte mensen de maat te nemen? We hebben onze mond vol van mensen die de frustratie van zich af schelden op Twitter en nemen deze mensen niet zo serieus als ze een bekend politicus voor van alles en nog wat uitmaken. Wat is het verschil als een welbespraakte pro op Twitter met zorgvuldig gekozen woorden, een ander veroordeelt zonder dat deze zich daar direct op kan verweren? De woorden zijn anders, de bedoeling is hetzelfde: iemand publiek ter verantwoording roepen en vaak; iemand onderuit trekken.

En als je aan de andere kant zit, dus bekend bent, is stilzitten als je geschoren wordt dan nog steeds het beste medicijn? Blijkbaar niet, want dat heeft Camiel lange tijd gedaan en dat was ook niet goed. Wat het extra lastig maakt is dat je deskundigen aan twee kanten hebt staan. Aan de kant van degene die onder het vergrootglas ligt en aan de andere zijde de deskundigen die niet door de persoon in kwestie ingehuurd zijn. Ik kan me toch niet helemaal aan de indruk onttrekken dat bij deze laatste groep een zekere behoefte aan profilering zit.

Nee, als je nu bekend bent, zal je mee moeten met de open communicatie van deze tijd. Je bent publiek bezit en daarmee moet je mee in de nieuwe spelregels van openheid. Daarbij hoef je overigens niet altijd op elke vraag een antwoord te geven, wel verwacht men een open mind en houding. De bestuurders en andere BN’ers die dat goed aanvoelen, worden vaak het beste beoordeeld op hun communicatie en hun beeldvorming leidt het minste onder eventuele maatschappelijke misstappen.

In zekere zin is het leven voor deze groep inderdaad een groot Beeldvormings Kwalificatie Toernooi. En dat heeft ook zo zijn invloed op de beschikbaarheid van publieke ambtsdragers. Over een paar maanden krijgen we weer een paar honderd nieuwe wethouders in Nederland. Zij zullen zich dit terdege moeten realiseren. En laten we hen een beetje ruimte geven om eraan te wennen.

Luc Dietz | Directeur

De eerste coöperatieve Wijkraad van Nederland

Coöperatieve wijkraad. Omgevingswet. Jasper Benus. Omgevingsmanagement

In de Groningse Oosterparkwijk is de eerste coöperatieve Wijkraad van Nederland gestart. Dit is een vooruitstrevend voorbeeld van hoe overheden anders kunnen - en moeten - omgaan met de steeds mondiger wordende burger. Zeker in wijken waar nog veel uitdagingen - en daarmee automatisch ook veel kansen - liggen, om welke redenen dan ook.

Wijkbewoners weten wat er speelt in hun wijk en kennen de problemen, kansen en uitdagingen in hun wijk beter dan wie dan ook. Door wijkbewoners nauw samen te laten werken, met elkaar maar ook met de lokale politiek, ontstaat een nieuwe dynamiek. De bewoners krijgen meer inzicht in de keuzes waar het politieke bestuur mee te maken krijgt en vice versa. Er is lef voor nodig om vervolgens ook nog daadwerkelijk een budget te koppelen aan de zeggenschap van de Wijkraad, zodat er ook echt kan worden geïnvesteerd in kansen voor de wijk.

Als deze pilot in Groningen werkt en andere steden nemen dit soort werkvormen over, dan kan dit - zeker in combinatie met de invoering van de Omgevingswet - belangrijke veranderingen teweegbrengen in hoe op lokaal niveau het politieke speelveld eruit komt te zien. Burgers krijgen door dit soort werkvormen niet alleen meer zeggenschap over hun directe leefomgeving, ze krijgen straks na de invoering van de Omgevingswet (naar verwachting in 2021) ook daadwerkelijk meer invloed doordat ruimtelijke aanpassingen sneller van de grond kunnen komen.

Een gedurfde zet van de gemeente Groningen en mogelijk ook een hele belangrijke met oog op de toekomst. Ik hoop van harte dat het een geslaagde pilot wordt.

Jasper Benus | Senior Adviseur

Waar ligt de grens? Zegt u het maar!

Zondagopenstelling. Gemeenten. Blog Tom Oostvogels

Gisteren in Nieuwsuur zagen wij het item over gemeenten waar supermarkten op zondagen op willen, maar dat van de gemeente niet mogen. In de winkeltijdenverordeningen ligt namelijk vast dat de winkels op zondagen, dag des Heres, gesloten moeten zijn. Deze mismatch tussen wat winkeliers willen en wat de gemeenten toestaan beperkt zich echter niet tot zondagopenstellingen, supermarkten en het gebied dat de NOS de ‘bible belt’ noemt.

Zelfs in een politiek gezien seculiere stad als Utrecht (toentertijd vijf zetels voor CDA en CU) had het loslaten van de zondagopenstelling veel voeten in aarde. Maar ook over andere regels botst wat de middenstanders willen (en doen) met wat van de gemeente mag, bijvoorbeeld met functievermenging. Deze ontwikkeling staat ook wel bekend als blurring en gaat over het verkopen van een kop koffie of wijntje in je boeken- of kledingwinkel. Veel gemeenten zijn hier faliekant op tegen.

Klanten willen dus diensten van winkels die van de gemeenten niet mogen. Moeten de gemeenten de winkels dan helemaal vrij laten en de markt zijn werk laten doen? In Amsterdam hebben ze dat geprobeerd met 24-uurs openstellingen: winkels hoefden nooit dicht. In praktijk bleken hele straten daardoor overgenomen te worden door foute toeristenwinkels. Waar ligt de grens? Zegt u het maar!

Hier lees je het artikel van NOS:
https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2208254-de-niet-meer-zo-heilige-zondagsrust.html

Binnen beginnen is buiten winnen

Maatschappelijke positionering. Blog Kees Verhagen

We zitten in de donkere dagen voor Kerstmis. Een mooi moment voor bezinning. Hoe gaat het eigenlijk met onze organisatie, met mijn medewerkers en met mijzelf?

Misschien ben je best tevreden:

·       We doen als organisatie de goede dingen;
·       We hebben maatschappelijke waarde;
·       We weten waar we staan in de samenleving;
·       We hebben impact met ons product of dienst;
·       We hebben onze bedrijfsvoering op orde;
·       We zijn een prettige werkgever waar mensen graag voor werken;
·       We vernieuwen regelmatig en leggen verantwoording af waar dat nodig is.

Alles op orde, zo lijkt het. Maar is dat echt zo? Weten mijn medewerkers wat ons verhaal is? Wat onze stip op de horizon is? Waar ze staan in de samenleving? Voelen ze zich verbonden met ons?  

Misschien is het tijd voor een check: Is er draagvlak voor onze koers?

Want buiten winnen vraagt om binnen beginnen.  Misschien word je bevestigd. Het gaat goed en dat wist ik al. Mooi natuurlijk. Maar onbewust heb je misschien toch iets over het hoofd gezien en is extra aandacht voor het interne draagvlak nodig.  Wat je weet is datgene wat je meet.

Aan jou de keus. Je kan de check natuurlijk in het rijtje goede voornemens voor 2018 zetten.  Zet dan op 8 januari in jouw agenda: Dietz bellen voor een kop koffie.  Eerder bellen mag natuurlijk ook. Want over intern draagvlak denken wij graag met je mee!

Kees Verhagen
Senior Adviseur

Markt en overheid nog niet klaar voor participatie onder Omgevingswet

Foto 2.jpg

Op het seminar Participatie onder de Omgevingswet hebben Stibbe Advocaten & Notarissen en Dietz Strategie & Communicatie de deelnemers meegenomen in de toekomst van participatie onder de Omgevingswet. De belangrijkste uitkomst is dat heldere randvoorwaarden noodzakelijk zullen zijn en dat juridisering voorkomen moet worden. De kracht van participatie ligt tenslotte in de interactie met belanghebbenden in de omgeving en niet in regels die vooral op papier gelden. 

De wijze van participatie, het betrekken van belanghebbenden bij plan- en besluitvorming, verandert onder de nieuwe Omgevingswet. Participatie moet straks veel meer vooraf plaatsvinden om de kwaliteit van plannen te verbeteren, zodat besluitvorming soepeler verloopt. Decentrale overheden hebben de mogelijkheid onder de Omgevingswet om inhoudelijke eisen te stellen aan de participatie, terwijl de Rijksoverheid participatie zo veel mogelijk vormvrij houdt. Dit maakt het lastig om de kwaliteit van participatie te toetsen en dus is het van belang om nu al te werken aan heldere randvoorwaarden en kaders voor participatie. 

Jan Reinier van Angeren, partner afdeling Bestuursrecht bij Stibbe: "We moeten wel oppassen dat we participatie niet te veel juridiseren. Ik raad het Ministerie aan om de omgevingsvergunningen niet afhankelijk te laten zijn van participatie. Het betrekken van de omgeving is een fantastische manier om aan de voorkant plannen beter te maken en te zorgen voor breed draagvlak onder belanghebbenden. Voldoende juridische kennis is daarbij van doorslaggevend belang. Voor de deelnemers aan de participatie is het belangrijk dat de juridische randvoorwaarden al meteen helder zijn. Wij dragen dus vanuit Stibbe ook graag ons steentje bij om participatie succesvol te maken." 

"Dat participatie vormvrij is wil niet zeggen dat het minder belangrijk is. Het is juist een van de essentiële aspecten van de wet en heeft daarom ook echt een prominente rol", aldus Hayke Veldman die als Tweede Kamerlid woordvoerder Omgevingswet was en ook sprak op het seminar.  

Luc Dietz, managing partner bij Dietz Strategie & Communicatie, benadrukte dat participatie in alle projecten die zijn bureau de afgelopen 12 jaar heeft uitgevoerd van doorslaggevend belang is geweest. Luc Dietz: "Nu het vrijblijvende er voor marktpartijen vanaf gaat omdat zij straks verantwoordelijk zijn voor de participatie, is het voor hen belangrijk om nu al te investeren in voldoende kennis over dit onderwerp. Maar ook overheden hebben een grote verantwoordelijkheid: zorg voor een standaard-kader zodat de criteria van participatie in iedere gemeente gelijk zijn. De uitvoering is natuurlijk per project verschillend en dus maatwerk". 

Dietz Strategie & Communicatie heeft in aanloop naar het seminar een animatie ontwikkeld waarin de belangrijkste stappen voor een goed participatieproces uiteengezet worden. Vanuit de participatiegedachte gaat het bureau de komende periode gesprekken aan met organisaties en belanghebbenden om het participatiemodel van Dietz verder te optimaliseren. 

Vijf stappen voor participatie onder de Omgevingswet

In de nieuwe Omgevingswet is brede participatie een belangrijke voorwaarde voor snellere en betere plan- en besluitvorming. Het moment waarop participatie plaatsvindt verandert ten opzichte van het huidige stelsel. Door eerst gezamenlijk naar kansrijke oplossingen te zoeken en pas dan gedetailleerd onderzoek naar het gekozen alternatief te doen.

Participatie wordt onder de Omgevingswet verplicht bij een projectbesluit. Hoewel de nieuwe wet pas over enkele jaren wordt ingevoerd, stellen veel gemeenten nu al de voorwaarde dat de belanghebbenden in de omgeving op voorhand worden geïnformeerd en betrokken bij de planvorming van ruimtelijke projecten.

Omdat participatie nu al een belangrijke voorwaarde voor medewerking is en participatie de komende jaren steeds belangrijker wordt is het van belang om te investeren in goed georganiseerde participatieprocessen. In dit animatiefilmpje leggen we in vijf stappen uit hoe je de participatie onder de nieuwe Omgevingswet het beste kan organiseren. 

 

Jacques Meijers neemt afscheid van Dietz Strategie & Communicatie

IMG_1230.jpg

Directeur en mede-eigenaar van Dietz Strategie en Communicatie Jacques Meijers neemt na 6 jaar afscheid als directeur om zich te richten op een nieuwe uitdaging. Jacques Meijers was binnen Dietz als directielid trekker van de marketing en communicatie van het bureau en initiatiefnemer van vele new businesstrajecten. Ook werkte hij bij Dietz voor onder meer de Hogeschool Utrecht, Feyenoord en Goeree-Overflakkee.

Directeur Luc Dietz over zijn vertrek: "Jacques heeft veel betekend voor ons bureau. In zijn periode maakte de organisatie een groei door van 8 medewerkers naar de bijna 30 nu. Hij heeft met zijn rijke ervaring veel collega's gecoacht en was binnen de directie altijd koersvast als het ging over het profiel van het bureau. Zijn Rotterdamse mentaliteit, lef en ook zijn uitspraken, zullen ons aan hem blijven herinneren."

Als 't er heet aan toe gaat...

De do's en dont's als alles mis gaat

Soms gaat het even mis bij één van onze opdrachtgevers. Niks om je voor te schamen; waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt.

Maar het vraagt wel even wat van een bedrijf. De eigen organisatie is vaak niet toegerust om een plotseling issue goed te adresseren. Vanuit ons lopende adviesrol (meestal op strategisch niveau) worden we geregeld ad hoc ingezet als het er even heet aan toe gaat. Laatst bijvoorbeeld, bij een energiebedrijf waarvoor we een transitieproject doen. Gepland groot onderhoud aan een koelsysteem, alleen even vergeten hierover te communiceren, en vervolgens een hittegolf. Een hele woonwijk op de achterste benen, volop verwijten en verhitte discussies. Houd dan maar eens het hoofd koel.

Wat doe je dan? Mensen persoonlijk te woord staan, eerlijk je excuses aanbieden, en als de wiedeweerga aan de slag om de zaak te fixen.

Logisch, zou je denken. Maar niet altijd vanzelfsprekend. Zeker grotere bedrijven hebben de neiging om vanuit liability te redeneren. Of komen juist met een heel technische verklaring, die vooral niet aansluit bij de belevingswereld van bewoners. Gelukkig dacht onze opdrachtgever daar anders over. Door ons advies te omarmen konden we het issue adresseren zonder het grotere plaatje in gevaar te brengen.

Het issue adresseren zonder het grotere plaatje in gevaar te brengen.

Uit onze praktijk de volgende 10 do’s en dont’s:

1. Laat zo snel mogelijk van je horen

Niks veroorzaakt zoveel paniek als het onbeantwoord laten van vragen. Zorg dus in ieder geval dat je callcentre geïnformeerd is, en dat je een verhaal klaar hebt voor de media als die bellen. Informeer ook je belangrijkste gesprekspartners/samenwerkingspartners. Maar:

2. Maak het ook niet groter dan het is.

Sta even stil bij de vraag of je pro-actief of reactief moet communiceren. Ga niet nodeloos stakeholders alarmeren. Dat kan je belangen in overige processen alleen maar nodeloos schaden. Verifieer hoe je belangrijkste ‘anchormen’ het issue ervaren. Een nuchtere, kalme reactie op vragen wekt meer vertrouwen dan crisiscommunicatie optuigen terwijl de rest van de wereld de crisis nog niet had opgemerkt.

3. Noem het geen crisiscommunicatie

Er is geen crisis. Een crisis wekt de indruk dat je de zaak niet in de hand hebt. Terwijl mensen vooral behoefte hebben aan grip en heldere verwachtingen. Liever een verkeerde verwachting adresseren dan paniek veroorzaken.

Crisiscommunicatie is erger dan miscommunicatie

4. Zorg dat je je (interne) verhaal op orde hebt

Wat is er aan de hand? Wie gaat dit oplossen? En wanneer is alles weer zoals het hoort? Dat er iets misgaat kan best, maar maak het niet erger door miscommunicatie die je later weer moet herstellen omdat het allemaal toch iets genuanceerder lag. En zorg dat iedereen hetzelfde verhaal vertelt. Beetje lullig als de monteur zegt dat ’t helemaal mis is, terwijl elders in de organisatie met man en macht wordt gewerkt om het issue te verhelpen.

5. Sta mensen persoonlijk te woord

Als het issue mensen echt raakt, dan moet je daar ook met passende aandacht op reageren. En ‘passend’ is in dit geval minimaal persoonlijke aandacht. Geef mensen de kans om hun frustraties te uiten, en zorg dat je in gesprek blijft. Da’s altijd beter dan je verschuilen in je ivoren toren. Doe dat ook op een laagdrempelige manier. Bij de hittegolf-klant hebben we bijvoorbeeld een ijskar laten komen, en zijn we ijsjes gaan uitdelen in de wijk. Die ijscoman had nog nooit boze klanten gehad! Maar het hielp wel om het gesprek op gang te laten komen. Van daaruit was het een kleine stap naar wederzijds begrip en acceptatie van het tijdelijke ongemak.

Die ijscoman had nog nooit boze klanten gehad!

6. Verschuil je niet achter procedures

Wees flexibel en niet te rigide met het bieden van oplossingen. Wees ook niet bang om uitzonderingen te maken. Mensen snappen best dat je iets extra’s doet voor uitzonderingsgevallen, zoals een hoogzwangere die thuis gaat bevallen en gek wordt van die hitte. Zorg voor extra communicatiekanalen buiten de reguliere kanalen om. Juist als de verhoudingen onder spanning komen te staan is maatwerk essentieel.

7. Je kunt nooit teveel empathie tonen

Een gouden les die ik ooit van een begrafenisondernemer hoorde. Je weet immers nooit hoe zeer iemand zich iets aantrekt. Geef dus vooral aandacht, oprechte interesse en medeleven. Met een beetje mazzel hoor je snel genoeg dat ’t wel meevalt. ‘Tante Annie was al op leeftijd’. Of, in dit geval, ‘Op het werk heb ik het ook warm. Straks waardeer ik mijn eigen koele huis weer des te meer.’

8. Maak geen beloftes die je niet kan waarmaken

Zeg liever: ‘Het duurt 4 weken om dit gerepareerd te krijgen. Natuurlijk proberen we het sneller te doen, maar dat kan ik u niet garanderen, dus ga ik u dat ook niet toezeggen. Wel beloof ik u dat we onze uiterste best doen.’

9. Blijf communiceren

Zeker als het issue wat langer gaat duren is het essentieel om te blijven communiceren. Zorg bijvoorbeeld voor wekelijkse updates. En regel capaciteit om individuele gevallen te woord te staan. Laat ook vooral weten wanneer alles weer oké is. En wat het perspectief daarvan is. Zodat je een vervelende periode toch met een goed gevoel kunt afsluiten.

10. Weest niet bang voor claims of juridisch gedoe

Want die komen toch wel. Als je fout zit, en niet aan de Service Level Agreement kunt voldoen, dan kun je daar op wachten. Maar met een goed en eerlijk verhaal kun je wel voorkomen dat de verhoudingen verharden. En als je je goede woorden ook in daden omzet, dan valt het met die claims in praktijk vaak nog best mee.

Achteraf is mooi wonen

Natuurlijk had onze opdrachtgever kunnen voorkomen dat het issue ontstond. Een goede communicatie vooraf zorgt voor reële verwachtingen en voorkomt in veel gevallen dat de zaak uit de hand loopt. Maar: ‘achteraf is mooi wonen’. Soms gebeuren dingen gewoon. Blijf met beide benen op de grond, kom met een eerlijk verhaal en een voorwaartse blik, en misschien een ijsje om verhitte gemoederen af te koelen. En vooral: blijf in gesprek.

 

Reacties welkom!


Goed voorspel en verplichte nummertjes

Goed voorspel en verplichte nummertjes

In het NRC-artikel Bouwdrama’s voorkom je niet met een goed contract van maandag 20 juni wijdt bouwadvocaat Arent van Wassenaer uit over het belang van een goede relatie tussen bouwer en opdrachtgever. Met name de best practice die de heer Wassenaer aanhaalt over de aanleg van de Betuwelijn sprak mij aan. De opdrachtgever en bouwer waren in hetzelfde kantoor gevestigd, waar ze samen de risico’s beheerden en de beste ontwerpen uitzochten. Er was sprake van een oprechte samenwerking. De strekking van het artikel is dat echt samenwerken in veel gevallen hoogoplopende conflicten kan voorkomen. En dit principe geldt voor wel meer situaties in de bouw- en vastgoedsector.

Voor de driehoeksverhouding tussen de projectontwikkelaar, omgeving en de politiek en de wijze waarop de ontwikkelaar de laatste twee betrekt bij de planvorming geldt eigenlijk hetzelfde. De huidige praktijk is als volgt: de ontwikkelaar ontwikkelt een plan, vraagt toestemming van de gemeente, laatstgenoemde is enthousiast, maar wil weten wat de omgeving ervan vindt, waarop de ontwikkelaar de omgeving informeert en daar reacties ophaalt. Er lijken geen doorslaggevende bezwaren te zijn en het plan wordt voorgelegd aan achtereenvolgens het College van B&W en indien nodig, daarna de gemeenteraad.

Wat vervolgens in veel gevallen gebeurt spreekt boekdelen: de hoeveelheid bouwprojecten die vertraging oploopt door bezwaren is gigantisch. Duizenden projecten per jaar komen hierdoor niet of pas na lang gesteggel van de grond. De reden van de bezwaren is vaak vrij simpel: betrokkenen hebben het gevoel dat hun belangen onvoldoende zijn meegewogen in de planvorming. Dit gaat dus nog niet eens over of bepaalde belangen wel zijn opgenomen in de plannen; het gaat erom dat je als betrokkene het gevoel wil hebben dat je ook echt betrokken bent. Als het gevoel van onbetrokkenheid blijft bestaan, zit er in veel gevallen niets anders op dan bezwaar aantekenen en met harde onderbouwingen aantonen dat jouw belangen onvoldoende zijn meegewogen.

De eerste vertraging begint dan vaak in de politieke arena. Dat is, zeker bij grote projecten, de eerste plek waar de onvoldoende behartigde belangen op tafel komen. Voor de projectontwikkelaar zorgt dit voor onzekerheid want niemand heeft een glazen bol waarmee politieke besluiten voorspeld kunnen worden. Als de politiek eenmaal instemt met het plan, wil dat nog niet zeggen dat bezwaarmakende partijen het gevoel hebben dat ze gehoord zijn. Blijft dat gevoel uit, dan is de volgende stap de Raad van State. Die hebben het druk met duizenden andere zaken, dus voordat de zaak inhoudelijk behandeld wordt ben je alweer weken of maanden verder.

In het ergste geval, althans voor de projectontwikkelaar, krijgen de bezwaarmakers gelijk en gaat het plan helemaal van tafel. In het beste geval, vanuit hetzelfde perspectief, blijken de bezwaren ongegrond, blijft het plan overeind maar begint het plan met een achterstand - namelijk onvrede in de directe omgeving. De tussenweg is in retroperspectief ook best pijnlijk: er wordt een bestuurlijke lus toegepast waardoor bepaalde planonderdelen alsnog moeten worden aangepast. Dit had aan de voorkant al geregeld kunnen zijn, waardoor de inmiddels ontstane vertraging voorkomen had kunnen worden. Wat volgt is een tweede verplicht nummertje: het aanpassen van het oorspronkelijke plan.

In de praktijk worden participatietrajecten nog te vaak gezien als een onderdeel van het verplichte nummertje: het krijgen van goedkeuring voor bouwplannen. De meerwaarde van een goed opgezet participatietraject wordt onderschat en dat is zonde. In wezen is een goed opgezet participatietraject namelijk niets anders dan door middel van dialoog goede afspraken maken met alle betrokkenen, zonder dat dit contractueel vastgelegd hoeft te worden. Het draait allemaal om luisteren naar de verschillende belangen, verbindingen leggen tussen deze belangen, de opgehaalde informatie vertalen naar haalbare oplossingen en samen met de betrokkenen nadenken over hoe een plan nog beter gemaakt kan worden.

Met de invoering van de Omgevingswet in het vooruitzicht worden participatietrajecten straks echt een verplicht nummertje, omdat initiatiefnemers aantoonbaar belanghebbenden moeten betrekken bij de planvorming. Het zou mooi zijn als de aanloop naar de invoering van deze wet wordt gebruikt om alvast te leren dat écht goed voorspel voorkomt dat verplichte nummertjes nodig zijn en alleen al daarom veel meerwaarde heeft.

NRC-artikel: 'Bouwdrama's voorkom je niet met een goed contract’.

 

Vijf tips voor het communiceren in een complex krachtenveld

 

Door toegenomen snelheid en beschikbaarheid van informatie voor steeds grotere groepen mensen en instellingen neemt de transparantie in de wereld toe. In het maatschappelijk krachtenveld tussen burgers/consumenten, bedrijven, overheden, media en NGO’s werkt deze transparantie alle kanten op. Iedereen weet steeds meer van elkaar. Er is geen kennismonopolie meer, geen ultieme autoriteit die zegt hoe het echt zit. En zeker niet een waarvan we het ook allemaal aannemen dat het waar is. Burgers voelen zich enerzijds sterk door hun kennis, maar anderzijds aangetast in hun privacy. Bedrijven en instellingen beschikken enerzijds over meer kennis om aan marktbewerking of stakeholdermanagement te doen, maar staan anderzijds ook vaak in hun hemd als de feiten of het beleid waar zij zich op baseerden of richtten, niet (meer) juist blijken. Door de snelheid en beschikbaarheid van informatie en de emotie die social media hieraan toevoegen, is de samenwerking in het maatschappelijk krachtenveld dynamischer geworden dan voorheen.

Deze situatie biedt zowel kansen als bedreigingen voor alle spelers. Door het slim framen van nieuws of 'alternatieve feiten' kun je een discussie of marktsituatie beïnvloeden en voor jezelf – of jouw groep - een betere uitgangspositie creëren. Tegelijkertijd kun je ook gemakkelijk ‘het slachtoffer’ worden van een dergelijke actie van een opponent. Veel burgers, bedrijven en instellingen zijn hier zenuwachtig over. Dat is begrijpelijk want het leidt tot een onrustige sociaal-economische situatie in ons land en in de hele wereld.

Hoe kun je hier als bedrijf of instelling het best mee omgaan?

1.  Kies zelf positie; wacht niet af tot de maatschappij je tot een bepaalde positie veroordeelt. Bepaal niet alleen wat je voor je klanten wilt betekenen, maar kies ook heel duidelijk wat je voor andere stakeholders (medewerkers, overheid, toezichthouders, aandeelhouders, leveranciers, NGO’s, etc) wilt betekenen. Zorg ervoor dat deze keuze consequent en consistent is. FrieslandCampina investeert zo al jaren in haar claim ten aanzien van goede voeding voor consumenten en goede inkomsten voor boeren; de corporatie heeft voor ieder sub-segment en stakeholder een eigen benaderingswijze en er is ook duidelijk samenhang.

NB: voor de basics van positionering, zie ook https://www.dietz.nl/blog1/2016/9/14/de-vijf-gouden-regels-van-corporate-positionering

2. Voer continu dialoog; ga proactief in gesprek over je strategie en deel je dilemma’s met relevante stakeholders. Ga met open vizier het debat aan. Monitor je positie online en in traditionele media en fora continu en met bewuste assertiviteit. Corrigeer fouten of valse beweringen, maar wees je bewust dat grote bomen nou eenmaal de nodige wind vangen en dat emotie menselijk is. Hanteer humor en menselijke maat, zoals bijvoorbeeld NS dat doet op social media en zoals Rijkswaterstaat zijn omgevingsmanagement inricht bij grote werken.

3. Wees bescheiden; hoogmoed komt voor de val. IBM investeert fors in fundamenteel onderzoek, bouwt daarmee in de BtB- en overheidssector veel krediet op, maar schreeuwt dat niet van de daken. ANWB levert maatschappelijke waarde en vertoont ingetogen gedrag in de politieke en de consumentenwereld. De vereniging kan daardoor bogen op een sterke maatschappelijke positie.

4. Heb geduld; realiseer je dat je lang moet investeren in je relatie met klanten en stakeholders om een maatschappelijk relevante positie op te bouwen. Manage incidenten zorgvuldig, leer ervan en blijf bouwen aan de gewenste richting. Unilever werkt zo bijvoorbeeld al jaren aan haar duurzaam beleid, heeft nog steeds moeite om de klant te overtuigen duurzame shampoo of deo te kopen, is tot op de dag van vandaag met regelmaat mikpunt van actievoerders, maar kon bij een overname-dreiging wel op actieve support van stakeholders – en zelfs shareholders - rekenen.

5. Positioneren is geen trucje; positioneren en communiceren is niet een werkje van de marketing- en communicatieafdeling alleen. Maak van je markt- en je maatschappelijke positionering een way-of-working voor al je mensen, in alle markten en in samenwerking met alle partners. Een mooi voorbeeld hiervan is de RET die onder de noemer ‘Aardig onderweg’ lekker no-nonsense, met een Rotterdamse aanpakkersmentaliteit mensen van A naar B brengt. Recht door zee, vanuit de genen van het bedrijf en de mensen.

Niet alleen voor grote jongens

Alhoewel bovengenoemde voorbeelden vanwege de herkenbaarheid vooral grotere organisaties betreffen, is voor kleinere organisaties – bij gebrek aan marktmacht - het draagvlak dat je kunt creëren met behulp van de juiste maatschappelijke positionering misschien wel nog belangrijker en relatief impactvoller. Kijk ter inspiratie eens hoe Goeree-Overflakkee zich, ondanks de ingewikkelde naam en beperkte middelen, succesvol positioneert als groen en innovatief eiland.

Reacties welkom,

Joost Ravoo

Teammanager Corporate Positionering

 
Comment

Joost Ravoo

Heeft een brede ervaring in Corporate Positionering & Communicatie. Tot voor kort was hij directeur van NS Zakelijk en was hij actief binnen verschillende functies bij de Nederlandse Spoorwegen, waaronder directeur Corporate Communicatie. Eerder werkte hij bij Sara Lee/Douwe Egberts en Van Hulzen PR. In 2004 werd Joost Ravoo benoemd tot Communicatieman van het Jaar door beroepsvereniging Logeion.

Joost Ravoo rondde zijn Bachelor of Business Administration (BBA) af aan Nyenrode Business University en hij studeerde Corporate Communication (MCC) aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam.